Arjan van Weele
prof. dr. Arjan van Weele
< NEVI
PMI
60.7

 

Inkopers in de industrie hebben op dit moment twee prioriteiten: 1) bestelde produkten op tijd binnen zien te krijgen en 2) inkoopprijsstijgingen zoveel mogelijk afremmen. Beide hebben met elkaar te maken. Een en ander blijkt uit de NEVI Purchasing Managers’ Index (PMI) van april. Deze kwam uit op een waarde van 60.7 (maart: 61.5). Een waarde boven 50 betekent dat het contractvolume dat in de markt werd gezet is toegenomen. Een waarde beneden 50 geeft het tegenovergestelde aan. Er is dus nog steeds sprake van forse groei als gevolg van sterke orderstromen uit zowel binnen- als buitenland. Maar de groei neemt af. Niet verwonderlijk: de Nederlandse industrie kent nu al 5 jaar op rij een verbetering van de bedrijfsomstandigheden en dat is niet eerder vertoond! Aan alle goede dingen komt natuurlijk een keer een eind. Produktie achterstanden lopen snel op, op tijd binnen krijgen van materialen wordt steeds lastiger en goed en voldoende personeel vinden ook. De inkoopprijsinflatie is hoog. De roep om loonsverbetering wordt steeds luider. Dat alles zal de groei afremmen en dat gebeurt nu ook. Maar op korte termijn valt er nog weinig te vrezen. De volle orderportefeuilles geven een goed perspectief voor dit jaar. De situatie om ons heen is niet veel anders. De PMI voor de Eurozone kwam uit op 56.0 en die van onze belangrijkste handelspartner, Duitsland, op 58.1. De PMI van China scoort beduidend lager. Deze kwam uit op 51.4. Grootste uitdaging voor ondernemers is de huidige groei onder controle te houden en ervoor te zorgen dat je geen klanten verliest doordat je leveringsafspraken niet kunt nakomen. Ik handhaaf mijn rapportcijfer op 8.5.

BLOG

October 10 2016 00:00

Waarom CFOs hun visie op inkoop moeten veranderen

 

 

Waarom CFOs hun visie op inkoop moeten veranderen

Dit jaar viert de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) haar 60e verjaardag. In haar geboortejaar (1956) stond het inkoopvak in de kinderschoenen. 60 jaar later hebben goed georganiseerde en geinformeerde inkopers in tal van sectoren enorme macht gekregen, waarmee zij leveranciersrelaties kunnen maken of breken. Inkopers van 2-3 supermarktketens bepalen vandaag in Nederland of een nieuw consumentenproduct een succes gaat worden of niet. Inkopers van zorgverzekeraars hebben drastisch gesnoeid in de tarieven van zorg aanbieders- en dienstverleners. Mis je als aanbieder van thuiszorg een aanbesteding dan betekent dat direct ontslag voor honderden medewerkers. Overheidsinkopers sluiten met de aanbestedingswet in de hand contracten af met facilitaire dienstverleners, die nauwelijks winstgevend zijn. Waardoor schoonmaakbedrijven de cao lonen niet meer kunnen betalen en medewerkers moeten ontslaan. Opdrachtgevers van grote bouwprojecten sluiten met bouwbedrijven complexe contracten af waarin alle risico’s voor hun rekening komen. Voorbeelden zijn het MaVa project waar BallastNedam met een DBFM contract het loodje moest leggen en de 2e Coentunnel waar door het aannemersconsortium grote verliezen werden geleden.

Inkopers hebben daartoe aangezet door hun Chief Financial Officers (CFOs) enorme besparingen weten te creeren. Het enthousiasme van CFOs kent nauwelijks grenzen als men zich bedenkt dat gemiddeld tweederde van de operationele kosten van een onderneming extern kosten zijn  ic. bij leveranciers worden besteed. Enkele procenten besparingen op de inkoop dragen sterk bij aan het financieel resultaat. Reden waarom CFOs jaar na jaar de lat voor hun inkopers steeds hoger leggen.

Deze ontwikkeling heeft duidelijk een keerzijde.

Inkopers hebben in hun besparingsdrift enorm complexe toeleveringsketens gecreeerd die nauwelijks meer te overzien en te controleren zijn. Met alle gevolgen voor de voedsel- en produktveiligheid van dien. De problemen met babymelk in China en paardenvlees in Europa liggen nog vers in het geheugen. Toeleveringsketens en –netwerken van bedrijven omspannen niet zelden de gehele wereld (denk aan koffie en thee maar ook aan vliegtuigen en auto’s). Deze brengen een enorme milieu overlast met zich mee waarvan de omvang zich nauwelijks laat vaststellen. CFOs en hun inkopers worden echter nauwelijks op voedselveiligheid en milieu overlast aangesproken of afgerekend.

De toenemende ketentransparantie leidt ertoe dat inkopers de komende jaren steeds meer als risico factor zullen worden gezien. Inmiddels leeft binnen de inkoopcommunity de vraag of de inkoopfunctie niet moet doorkantelen van een primair kostengedreven activiteit naar een primair waarde gedreven activiteit. Het instrumentarium daartoe is ontwikkeld, beschikbaar en getest. Echter, waardecreatie met leveranciers vergt, vergeleken met de huidige inkoopwerkwijzen, een andere werkwijze, andere relaties en een lange termijn perspectief. Inkopers zijn voor wat betreft hun koersontwikkeling sterk afhankelijk van de ‘tone at the top’. CFOs zijn hierin de bepalende factor. Hun eenzijdige, financiele gedrevenheid en hun streven naar winstmaximalisatie op korte termijn staan innovaties in het inkoopvak in de weg. CFOs doen er goed aan hun korte termijn perspectief (gericht op het behalen van winst op korte termijn) in te ruilen voor een perspectief dat gericht is op het creeren van klant- en marktwaarde. Zodat inkoopmanagers lange termijn en waarde factoren, veeleer dan louter kostenfactoren, mee kunnen laten wegen in hun inkoopbeslissingen.  Met hun inkopers zijn CFOs mede verantwoordelijkheid voor het creeren van betere leveranciers relaties, betere klantrelaties en een betere wereld!

prof. dr. Arjan van Weele
arjan@arjanvanweele.com
+31 40 247 2170
Twitter  Linkedin  NeviStarterskit Social Media NEVI
Links
Disclaimer
Sitemap
Colofon 
© 2015